In veel opleidingen zijn leerresultaten helder geformuleerd. Ze beschrijven wat een student aan het einde van een opleiding moet kennen en kunnen. Toch ontstaat er in de praktijk vaak een probleem. Leerresultaten blijven abstract en worden niet goed vertaald naar wat studenten concreet moeten doen in opdrachten en toetsen. Daardoor weten studenten niet precies wat er van hen verwacht wordt en hebben docenten moeite om gericht te beoordelen.
In dit thema wordt deze stap expliciet gemaakt. Je leert hoe je leerresultaten vertaalt naar concreet beroepshandelen. Dit gebeurt door te werken met kerntaken, deeltaken en prestaties. Deze structuur maakt zichtbaar wat een student daadwerkelijk moet laten zien en zorgt voor houvast bij het ontwerpen van onderwijs en toetsing.
Deze stap is cruciaal voor de rest van het curriculum. Zonder een duidelijke vertaling naar prestaties kun je geen goede prestatie-indicatoren formuleren, geen passende toetsing ontwerpen en geen samenhangend curriculum opbouwen. Onderzoek naar curriculumontwerp laat zien dat concrete, observeerbare uitkomsten essentieel zijn voor effectief onderwijs en betrouwbare beoordeling (Biggs & Tang, 2011).
De prestatie die centraal staat in dit thema sluit hier direct op aan. Je werkt leerresultaten uit in een samenhangende structuur van kerntaken, deeltaken en prestaties, waarbij zichtbaar wordt welk gedrag van de student verwacht wordt. Daarmee maak je de stap van abstracte doelen naar concreet handelen.
Leerresultaten beschrijven wat een student moet bereiken, maar zeggen nog weinig over hoe dat eruitziet in de praktijk. Ze zijn vaak geformuleerd op een hoog abstractieniveau. Dat is nodig, omdat ze richting geven aan het eindniveau van de opleiding. Tegelijkertijd maakt dit ze lastig te gebruiken bij het ontwerpen van onderwijs.
Om leerresultaten bruikbaar te maken, moeten ze worden vertaald naar beroepshandelen. Dit gebeurt in drie stappen. Eerst worden leerresultaten gegroepeerd in kerntaken. Een kerntaak beschrijft een belangrijk onderdeel van het beroep. Vervolgens worden kerntaken opgesplitst in deeltaken. Deze maken het handelen concreter en overzichtelijker. Tot slot worden deeltaken uitgewerkt in prestaties. Prestaties beschrijven wat een student daadwerkelijk moet doen en laten zien.
Deze manier van werken sluit aan bij competentiegericht onderwijs en wordt breed toegepast in het hbo. Het helpt om structuur aan te brengen en maakt het mogelijk om onderwijs en toetsing direct te koppelen aan beroepspraktijken (Vereniging Hogescholen, 2021).
Een voorbeeld maakt dit concreet. Stel dat een leerresultaat is dat een student effectief kan communiceren met cliënten. Dit kan worden vertaald naar een kerntaak zoals communiceren in professionele contexten. Binnen deze kerntaak kunnen deeltaken worden onderscheiden, zoals een gesprek voeren, informatie uitleggen en feedback geven. Een prestatie kan dan zijn dat een student een intakegesprek voert met een cliënt en daarbij actief luistert, doorvraagt en informatie helder samenvat.
Door deze vertaalslag wordt zichtbaar wat studenten moeten oefenen en waarop zij beoordeeld worden. Dit voorkomt dat leerresultaten abstract blijven en niet terugkomen in het onderwijs.
Het werken met kerntaken, deeltaken en prestaties helpt om structuur aan te brengen in het curriculum. Het maakt zichtbaar hoe complexe beroepshandelingen zijn opgebouwd en hoe studenten deze stap voor stap kunnen leren.
Kerntaken vormen het hoogste niveau binnen deze structuur. Ze beschrijven wat kenmerkend is voor het beroep. Een goede kerntaak is herkenbaar voor het werkveld en omvat meerdere handelingen. Deeltaken maken deze kerntaken concreter. Ze beschrijven onderdelen van het handelen die afzonderlijk te oefenen en te beoordelen zijn.
Prestaties vormen het meest concrete niveau. Ze beschrijven observeerbaar gedrag. Dit is belangrijk, omdat alleen observeerbaar gedrag betrouwbaar beoordeeld kan worden. Prestaties vormen daarmee de brug tussen curriculumontwerp en toetsing.
Onderzoek naar assessment laat zien dat duidelijke, observeerbare prestaties bijdragen aan betrouwbaarheid en validiteit van beoordeling (Biggs & Tang, 2011). Wanneer prestaties vaag blijven, ontstaat interpretatieverschil tussen docenten en onduidelijkheid voor studenten.
Een belangrijk aandachtspunt is dat prestaties niet hetzelfde zijn als activiteiten. Een opdracht beschrijft wat een student moet doen in het onderwijs. Een prestatie beschrijft wat een student moet kunnen laten zien. Dit verschil is essentieel. Een opdracht kan veranderen, maar de prestatie blijft hetzelfde.
In de praktijk helpt het om prestaties zo te formuleren dat ze direct te beoordelen zijn. Bijvoorbeeld door te beschrijven wat een student doet, in welke context en met welk doel. Hierdoor ontstaat een duidelijke basis voor de volgende stap in het curriculum: het formuleren van prestatie-indicatoren.
De kern van dit thema is de stap van abstract naar concreet. Leerresultaten bevatten vaak woorden zoals begrijpen, analyseren of toepassen. Deze termen geven richting, maar zijn niet direct observeerbaar. Voor goed onderwijs en toetsing is het nodig om deze termen te vertalen naar gedrag dat zichtbaar en beoordeelbaar is.
Dit betekent dat je leerresultaten moet herformuleren in termen van wat een student daadwerkelijk doet. Bijvoorbeeld niet dat een student inzicht heeft in communicatie, maar dat een student een gesprek voert waarin hij actief luistert en passende vragen stelt.
Deze stap is belangrijk omdat beoordeling alleen mogelijk is wanneer gedrag observeerbaar is. De NVAO benadrukt dat toetsing valide en transparant moet zijn, wat alleen kan wanneer duidelijk is wat wordt beoordeeld (Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie, 2018).
Internationaal onderzoek laat zien dat het gebruik van concrete gedragsbeschrijvingen leidt tot betere leerresultaten en duidelijkere verwachtingen voor studenten (OECD, 2019). Studenten weten beter wat er van hen verwacht wordt en docenten kunnen consistenter beoordelen.
Een praktisch voorbeeld maakt dit duidelijk. In plaats van het leerresultaat “de student begrijpt projectmanagement”, wordt een prestatie geformuleerd zoals “de student stelt een projectplan op waarin doelen, planning en risico’s zijn uitgewerkt”. Dit maakt direct duidelijk wat een student moet doen.
Door deze manier van formuleren ontstaat een sterke basis voor de volgende stappen in het curriculum. Prestaties vormen het uitgangspunt voor prestatie-indicatoren, toetsing en onderwijsactiviteiten.
Begin met het verzamelen van bestaande leerresultaten binnen een opleiding. Laat docenten deze gezamenlijk analyseren en groeperen in kerntaken. Vervolgens worden deze kerntaken uitgewerkt in deeltaken en prestaties.
Werk hierbij iteratief. Bespreek de formuleringen en controleer of prestaties daadwerkelijk observeerbaar zijn. Laat docenten voorbeelden geven van wat een student concreet moet doen. Dit helpt om abstracte formuleringen te vermijden.
Gebruik praktijkvoorbeelden uit het werkveld. Dit maakt duidelijk hoe prestaties eruitzien in realistische situaties en zorgt voor betere aansluiting op de beroepspraktijk.
Werk één leerresultaat uit naar kerntaken, deeltaken en prestaties. Beschrijf per prestatie wat een student concreet moet doen en in welke context. Controleer of het gedrag observeerbaar en beoordeelbaar is.
Je bent een expert in curriculumontwikkeling in het Nederlandse hoger beroepsonderwijs.
Ik werk aan een opdracht over het vertalen van leerresultaten naar kerntaken, deeltaken en prestaties.
Hieronder plaats ik:
1. het leerresultaat of de leerresultaten
2. mijn voorstel voor kerntaken
3. mijn voorstel voor deeltaken
4. mijn voorstel voor prestaties
Beoordeel mijn uitwerking streng en precies.
Gebruik deze definities:
Een leerresultaat beschrijft wat een student aan het einde van een opleiding moet kunnen laten zien.
Een kerntaak is een grotere, herkenbare beroepshandeling.
Een deeltaak is een logisch onderdeel van een kerntaak.
Een prestatie beschrijft concreet wat een student doet, maakt of oplevert en wat observeerbaar en toetsbaar is.
Werk in precies deze volgorde.
Eerst:
analyseer of de structuur logisch is opgebouwd van leerresultaat naar kerntaak, van kerntaak naar deeltaak, en van deeltaak naar prestatie.
Daarna:
controleer of kerntaken herkenbaar zijn voor de beroepspraktijk.
Daarna:
controleer of deeltaken samen volledig genoeg zijn en niet onnodig overlappen.
Daarna:
controleer of prestaties concreet, observeerbaar en toetsbaar zijn.
Benoem vervolgens heel precies:
wat te abstract is
wat te breed is
wat te smal is
wat ontbreekt
waar overlap zit
waar formuleringen niet goed beoordeelbaar zijn
Herschrijf daarna de volledige uitwerking:
maak kerntaken scherper
maak deeltaken logischer
maak prestaties concreter en beter observeerbaar
Sluit af met een korte eindbeoordeling over de kwaliteit van de structuur als basis voor verdere uitwerking naar prestatie indicatoren en toetsing.
Gebruik eenvoudige taal.
Wees kritisch.
Geef geen algemene complimenten.
Geef alleen feedback die direct helpt om het ontwerp te verbeteren.
Abstract leerresultaat – Een algemene beschrijving van wat een student moet kennen of kunnen, vaak niet direct observeerbaar.
Beroepshandelen – Het geheel van handelingen dat kenmerkend is voor het beroep waarvoor wordt opgeleid.
Deeltaak – Een afgebakend onderdeel van een kerntaak dat afzonderlijk kan worden uitgevoerd en beoordeeld.
Kerntaak – Een essentieel onderdeel van het beroep dat bestaat uit meerdere samenhangende handelingen.
Leerresultaat – Een beschrijving van wat een student aan het einde van een opleiding moet kennen en kunnen.
Observeerbaar gedrag – Gedrag dat zichtbaar is en objectief kan worden waargenomen en beoordeeld.
Prestatie – Een concrete beschrijving van wat een student moet doen en laten zien in een specifieke context.
Toetsbaarheid – De mate waarin een prestatie geschikt is om betrouwbaar en valide te beoordelen.
Biggs, J., & Tang, C. (2011). Teaching for quality learning at university.
Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie. (2018). Beoordelingskader accreditatiestelsel hoger onderwijs Nederland. https://www.nvao.net
OECD. (2019). Curriculum redesign for student success. https://www.oecd.org
Vereniging Hogescholen. (2021). Handreiking opleidingsprofiel. https://www.vereniginghogescholen.nl
Deze pagina is gemaakt door Allard Strijker http://www.allardstrijker.nl met ondersteuning van ChatGPT (GPT-5.3).
Je bent een onderwijskundig ontwerper gespecialiseerd in curriculumontwikkeling in het Nederlandse hoger beroepsonderwijs.
Je schrijft één volledige webpagina voor een online module van ongeveer 5 EC voor docenten in het hbo die weinig voorkennis hebben van curriculumontwerp.
Werk uitsluitend het volgende thema uit:
Thema 2: Van leerresultaten naar kerntaken, deeltaken en prestaties
Schrijf de pagina zo dat deze integraal op een website geplaatst kan worden. De tekst moet dus compleet, vloeiend, helder en direct bruikbaar zijn.
DOEL VAN DE PAGINA
Het doel van deze pagina is dat docenten begrijpen hoe zij abstract geformuleerde leerresultaten kunnen vertalen naar concreet beroepshandelen in de vorm van kerntaken, deeltaken en prestaties, zodat zij later beter onderwijs, prestatie indicatoren en toetsing kunnen ontwerpen.
CENTRALE PRESTATIE VAN DIT THEMA
De deelnemer werkt leerresultaten uit in een samenhangende structuur van kerntaken, deeltaken en prestaties, waarbij zichtbaar wordt welk gedrag van de student verwacht wordt.
BELANGRIJKE INHOUDELIJKE UITGANGSPUNTEN
Gebruik correcte terminologie voor het hbo en maak expliciet onderscheid tussen:
leerresultaten
kerntaken
deeltaken
prestaties
observeerbaar gedrag
toetsbaarheid
beroepshandelen
Leg duidelijk uit dat:
leerresultaten vaak nog te abstract zijn voor direct onderwijsontwerp
kerntaken het beroep op hoofdlijnen beschrijven
deeltaken de kerntaken uitsplitsen
prestaties zichtbaar maken wat een student concreet moet doen of laten zien
Laat expliciet zien hoe dit thema samenhangt met curriculumontwerp, onderwijs en toetsing.
Gebruik praktijkvoorbeelden uit het hbo.
Laat zien hoe deze stap helpt om later prestatie indicatoren en toetsing te ontwerpen.
BRONNEN EN ONDERBOUWING
Gebruik triangulatie en baseer de tekst op meerdere betrouwbare bronnen.
Gebruik in ieder geval:
Thijs, A., & Van den Akker, J. (2009). Leerplan in ontwikkeling.
Nederlands Vlaamse Accreditatieorganisatie. (2018). Beoordelingskader accreditatiestelsel hoger onderwijs Nederland.
Vereniging Hogescholen. (2021). Handreiking opbouw landelijk opleidingsprofiel.
Minimaal één aanvullende bron van een onderzoeks of kennisinstelling, bijvoorbeeld OECD, Jisc of SURF, als die inhoudelijk relevant is.
Controleer of de bronnen echt bestaan.
Gebruik alleen bronnen die werkelijk controleerbaar zijn.
Zet APA verwijzingen in de lopende tekst.
Voeg aan het eind een volledige APA bronnenlijst toe met URLs.
MEDIA
Voeg functionele suggesties toe voor media op logische plekken in de pagina.
Gebruik per inhoudelijk onderdeel minimaal één mediasuggestie.
Dit mogen zijn:
een afbeelding
een schema
een video
een infographic
Beschrijf per mediasuggestie kort:
wat voor medium het is
wat het laat zien
waarom het didactisch behulpzaam is
Gebruik geen losse decoratieve media.
De media moeten de uitleg ondersteunen.
STRUCTUUR VAN DE PAGINA
Gebruik exact deze structuur en koppen:
1. Titel
Van leerresultaten naar kerntaken, deeltaken en prestaties
2. Inleiding
Schrijf een vloeiende introductie van ongeveer 350 tot 500 woorden.
Leg uit waarom dit thema belangrijk is.
Leg uit welk probleem dit oplost in curriculumontwerp.
Noem expliciet de centrale prestatie van het thema.
Geef aan welke hoofdonderwerpen op de pagina behandeld worden.
Schrijf in doorlopende tekst.
3. Eerste onderwerp
Geef een duidelijke titel.
Werk dit onderwerp uit in ongeveer 500 woorden.
Onderwerp moet gaan over:
de stap van leerresultaten naar concreet beroepshandelen
Gebruik praktijkvoorbeelden.
Gebruik APA verwijzingen in de tekst.
Voeg onder dit onderwerp een mediasuggestie toe.
4. Tweede onderwerp
Geef een duidelijke titel.
Werk dit onderwerp uit in ongeveer 500 woorden.
Onderwerp moet gaan over:
de functie van kerntaken, deeltaken en prestaties in curriculumontwerp
Laat expliciet zien hoe hiermee structuur wordt aangebracht.
Gebruik praktijkvoorbeelden.
Gebruik APA verwijzingen in de tekst.
Voeg onder dit onderwerp een mediasuggestie toe.
5. Derde onderwerp
Geef een duidelijke titel.
Werk dit onderwerp uit in ongeveer 500 woorden.
Onderwerp moet gaan over:
de vertaling van abstracte formuleringen naar observeerbaar gedrag
Maak duidelijk waarom dit essentieel is voor onderwijs en toetsing.
Gebruik praktijkvoorbeelden.
Gebruik APA verwijzingen in de tekst.
Voeg onder dit onderwerp een mediasuggestie toe.
6. Hoe toe te passen in het onderwijs
Schrijf een praktische paragraaf van ongeveer 300 tot 500 woorden.
Geef concrete werkvormen of aanpakken waarmee docenten dit in hun eigen onderwijs of ontwerppraktijk kunnen gebruiken.
Maak het direct toepasbaar.
Werk niet met algemene tips maar met concrete ontwerpstappen.
7. Opdracht
Ontwikkel een ontwikkelingsgerichte opdracht voor dit thema.
De opdracht moet direct aansluiten op de centrale prestatie van het thema.
Beschrijf duidelijk:
wat de deelnemer moet doen
wat het product is
waar de deelnemer op moet letten
8. Prompt
Geef een zeer precieze AI prompt waarmee de deelnemer feedback kan krijgen op de uitwerking van de opdracht.
De prompt moet niet algemeen zijn.
De prompt moet:
de rol van de AI vastleggen
de context van het Nederlandse hbo benoemen
de invoer specificeren
vragen om controle op leerresultaten, kerntaken, deeltaken en prestaties
vragen om controle op observeerbaarheid en toetsbaarheid
vragen om concrete verbeterpunten
vragen om herschrijfsuggesties
vragen om overlap, hiaten en abstracte formuleringen te signaleren
vragen om feedback in eenvoudige taal
9. Begrippen
Plaats de begrippenlijst na de opdracht en de prompt, dus vlak voor de bronnen.
Zet de begrippen alfabetisch.
Gebruik deze vorm:
Begrip: definitie
Wees volledig.
Neem in ieder geval op:
abstract leerresultaat
beroepshandelen
deeltaak
kerntaak
leerresultaat
observeerbaar gedrag
prestatie
toetsbaarheid
curriculum
curriculumontwikkeling
alignment
leeruitkomst
beroepscontext
beoordeling
onderwijsactiviteit
leerdoel
10. Bronnen
Geef een volledige APA bronnenlijst.
Controleer de bronnen.
Voeg URLs toe.
11. Verantwoording en disclaimer
Vermeld exact:
Deze pagina is gemaakt door Allard Strijker http://www.allardstrijker.nl met ondersteuning van ChatGPT.
Noem ook de gebruikte versie, bijvoorbeeld GPT 5.4 Thinking.
12. Prompt voor deze pagina
Schrijf een tweede prompt, bedoeld voor gebruik in Copilot.
Deze prompt moet korter zijn dan de hoofdprompt, maar nog steeds precies genoeg om ongeveer hetzelfde resultaat te genereren.
Deze prompt moet dus veel concreter zijn dan een algemene schrijfopdracht.
STIJL EN VORM
Schrijf helder, rustig en zonder jargon.
Gebruik eenvoudige en concrete taal.
Schrijf in doorlopende tekst.
Gebruik alleen functionele opsommingen als dat echt nodig is.
Vermijd abstracte beleidstaal.
Schrijf zo dat een docent of onderwijskundige de tekst bijna direct kan overnemen in een cursusontwerp.
Vat niet samen.
Maak de pagina volledig.
Maak steeds zichtbaar hoe theorie, ontwerp en toepassing met elkaar samenhangen.
KWALITEITSCONTROLE
Controleer voor je de tekst afrondt expliciet of:
de centrale prestatie echt terugkomt in de inhoud
de opdracht logisch voortkomt uit de inhoud
de prompt echt aansluit op de opdracht
de begrippenlijst volledig en alfabetisch is
de APA verwijzingen in de tekst overeenkomen met de bronnenlijst
de media didactisch functioneel zijn
de tekst niet te puntsgewijs is
de uitwerking concreet genoeg is voor plaatsing op een website
Als informatie ontbreekt om een sterk resultaat te maken, benoem dat niet aan de gebruiker maar maak de best mogelijke, goed onderbouwde uitwerking binnen deze opdracht.